‘Een tot in het onzinnige schoonmaakwoede valt op in het dorp’ (p. 16). Reden genoeg voor toeristen in de achttiende eeuw om dat dorp met een bezoek te vereren. Die rol is later overgenomen door Volendam. Waar ze nog steeds hevig schoonmaken.
In Broek woonde de weduwe Neeltje Pater die in 1789 kinderloos overleed en miljoenen naliet (o.a. 24 pakhuizen in Amsterdam, maar ook goud en cash). Het werd na haar dood op nogal ondoorzichtige manier verdeeld, zodat eeuwenlang allerlei erfgenamen op jacht bleven naar die erfenis, die in de 20e eeuw, wegens de cumulerende rente, uit enige miljarden zou moeten bestaan. Er was het gerucht dat koningin Wilhelmina de hele bups in beslag zou hebben genomen, via het ooit door Neeltje geponeerde bezit bij de Bank of England!
Geertje Wiersma, die eerder schreef over Johanna Borski, en over Mietje Hulshoff (die een aanslag op Napoleon plande) vertelt het hele verhaal van die erfenis. Over vervalste doopboeken, ontraceerbare graven en zo nog wat.*
Voor de liefhebbers.
En passant geeft zij allerlei leuke informatie. Zo over keizer Jozef II die in 1781 incognito Broek bezocht, maar in geen enkel Broeks huis toegelaten werd ondanks herhaalde verzoeken. Vreemde snuiters – dat vonden ze niets in Broek, en de boel werd er maar vies van (p. 17).
Da’s echt noordhollands.
Buitenstaanders meenden (volgens Geertje): ‘Een Waterlandse man is geen casanova en een Waterlandse vrouw geen toonbeeld van charme’ (p. 23).
Misschien is dat de reden waarom Neeltje’s man, Cornelis Schoon, zijn vrienden in de tuinkoepel ontving, waar hij tabaksdozen, pijpenladen, en zestien vrijmetselaarsglazen bewaarde (p. 42). Een waar mannenhonk.
* Geertje Wiersma, Verborgen fortuin. De jacht op de erfenis van Neeltje Pater (1730-1789). Amsterdam, Bert Bakker, 2010. ISBN 978 90 351 3448 5. 124 blzz. E 16.
Geen wijsgerige reactie, maar een beschrijving uit het leven gegrepen.
De opmerking over de Waterlandse man en vrouw geldt nog steeds, maar daar wil ik het niet over hebben. Het gaat over de schoonmaakwoede van de Waterlanders, door buitenlandse bezoekers frequent beschreven.
Gedurende negen jaar heb ik in Ransdorp (6 km van Broek) gewoond en nooit iets van deze aanleg bespeurd. Iets van vroeger tijden dus? Nee, want op een ochtend van Luilak had de lieve dorpsjeugd alle ramen, deuren en (houten) gevels van onze 17de en 18de eeuwse huisjes met margarine ingesmeerd. Daarom stond elke bewoner en bewoonster om een uur of tien huis aan huis de ramen te lappen en de gevel te soppen. Op dat moment deed een groot gezelschap amerikanen op Yellow Bikes het dorp aan. Ze keken hun ogen uit, de verhalen over de hollandse zindelijkheid klopten dus! De mannen hielpen zelfs mee!Wat zouden ze er, weer terug van vakantie, over schrijven of vertellen?
Hte volgend jaar werd het in heel Waterland verboden om margarine aan jongeren te verkopen in de weken voor luilak.