Soms bestaat er onzekerheid welk soort Duitsers bedoeld zijn, bij het begrip ‘mof’.
Theodor Gülcher is in staat dat in te vullen. Hij kan het weten, want deze Amsterdamse bankier is zelf van Duitse afkomst.
Blijkbaar in antwoord op een vraag van Friedrich Nicolai, de bekende uitgever van de Duitse Verlichting, schrijft hij aan Nicolai op 16 januari 1776 (1):
‘Der gemeine Pöbel nennt alle Deutsche Moffen; der vornehme Pöbel wann Er einen Deutschen beneidet oder aus republikanische Stolz verachtet, oder nicht mit ihm reden kann, auch; eigentlich aber ist die Benennung für die Westphalinger und insbesondere die Hollandgänger der 4 Bisthümer.’
U weet dus wat er aan de hand is, wanneer er – zoals al vroeg bij Gerrit Paape – gesproken wordt over ‘Moffrika’.
(1) Brief aanwezig in Nationaal Archief Den Haag. – Het kan zijn dat de vraag van Nicolai ingegeven is door diens arbeid aan Nothanker. In dat werk is een vrijzinnige Duitser de hoofdpersoon. Maar wat hem overkomt speelt zich voor een groot deel af in de Republiek.