Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for 25 mei 2010

Even iets heel anders. Wat na 1750 vrij gebruikelijk wordt, is de publicatie van ‘huisboeken’. Dat zijn bij het protestante volksdeel een soort boeken voor elke dag. Zij bevatten overwegingen, overdenkingen (bijna meditaties), hetzij op basis van de bijbel hetzij op basis van het boek der natuur, met behulp waarvan men het wonder van God beschouwt. Het zijn dus geloofsversterkende boeken.

Dit soort huisboeken werden ook wel als tijdschrift gepubliceerd (waarbij bijvoorbeeld een week-nummer zeven overwegingen kon geven, één voor elke dag van die week).

Voorzover dit soort huisboeken zich laten inspireren door de natuur zit men geheel gevangen in de ‘chain of being’, de keten der wezens die op die manier door de Schepper in elkaar gezet is, en waarvoor het (toen!) slechts mogelijk is bewondering te tonen. Alles heeft blijkbaar een doel; alles leidt uiteindelijk tot God. Het is welhaast een soort fisicotheologisch rationalisme: men onstnapt niet aan de logica.

Dus, voor de verandering eens zo’n stukje waarmee u de dag door moeten komen.

Het komt uit de Christen wysgeer van 1773, en is aldaar voorzien van het kopje ‘De 22. Mey’. De overweging-in-zijn-geheel beslaat zo’n vier bladzijden. Hier slechts twee alinea’s.

Met verontschuldiging aan de dieren.

‘Eigenlyk is den Mensch het eenige Dier, ’t welk men een spraak toekennen kan. Hy alleen beweert hier door het voorrecht der Heerschappye over alle de Dieren. Door de spraak regeert hy over de gantsche Natuur, klimt hy tot haren Goddelyken Schepper op, beschouwt hem, bid hem aan en gehoorzaamt hem. Hier door kent hy zig zelven, benevens de overige Schepzels rondöm hem, en bedient zig van dezelven tot zyn nut. De overige Dieren buiten den Mensch missen deeze vermogens, dewyl hun het verstand ontbreekt, ’t welk eigentlyk het middel is, waar door wy het gebruik der spraake en de onderrigtingen in dezelve genieten kunnen. Maar voor zo verre de Dieren hunne behoeftens en gewaarwordingen door natuurlyke Teekens te kennen geven, voor zo verre zy een zeker geluit voort kunnen brengen, voor zo verre kan men ook aan de Dieren eene spraak toekennen. […]

By deeze omstandigheid myn Leezer, hebt gy de gelegenheid de Wysheid en Goedheid van den aanbiddenswaardigen Schepper te bewonderen. Welk eene goede voorzorge heeft hy hier door jegens het Geslacht der Dieren laten blyken, daar hy hun het vermogen gegeven heeft, om zo wel hunne behoeftigheden als hunne gewaarwordingen door zekere toonen te kennen te geven!’

Advertenties

Read Full Post »