Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for 26 mei 2010

Voordracht zender AmsterdamFM 23 mei 2010

Enkele weken geleden zag ik op de buis, net als u waarschijnlijk, tijdens de nationale dodenherdenking op 4 mei, onze vorstin in haast onder het beurspoortje verdwijnen, omringd door een massa epauletten en tressen. Korte tijd later keerde zij terug op de Dam, om kordaat de paniek het hoofd te bieden. Gek genoeg moest ik daardoor denken aan een merkwaardige ruzie, medio 1787, in de Amsterdamse loge Concordia vincit animos [Eendracht verbindt ons]

Waarom die associatie ontstond is wat raadselig. Misschien was het omdat die loge altijd bijeenkwam in een soort vergaderzaaltjescomplex, ergens op de Nieuwendijk of Kalverstraat; ik weet niet precies meer waar. Het was in ieder geval vlakbij de Dam. Misschien was het omdat de ceremoniemeester of zo iemand, het kort na de paniek bestond, over de luidprekers te verklaren dat er niets was gebeurd dan dat ‘iemand onwel was geworden’. Hij vond het niet wenselijk kort en zakelijk uit te leggen wat er wél aan de hand was geweest. Zijn type reactie deed me denken aan de befaamde uitspraak vóór de tweede wereldoorlog, dat wij Nederlanders, rustig konden gaan slapen; de regering waakte. De boodschap deed mij in ieder geval nogal regentesk en nogal beledigend aan, in ieder geval: achttiende-eeuws.

Maar de belangrijkste reden om aan die ruzie in die loge te denken (en ik wist op dat moment nog niets van Damschreeuwers), zal waarschijnlijk veroorzaakt zijn door mijn herinnering dat – toen – een ander soort allochtonen stennis maakte. In die loge was namelijk, in 1787, ook iets aan de hand met anderlanders. Dat moet ik nu natuurlijk even kort uitleggen.*

In Amsterdam had je in die tijd vier vrijmetselaarsloges. Toen en nu was het bij de vrijmetselaars verboden om over godsdienst en politiek te praten. Dat leidde maar tot onenigheid, en de Orde van vrijmetselaren was er nu juist voor bedoeld dat allerlei mensen hier op een normale manier met elkaar konden omgaan, mensen die indertijd in het normale leven gescheiden waren door hun politieke of religieuze voorkeur. Een mooi ideaal dus. Echt iets van de Verlichting.

Nu die gebeurtenissen in de Amsterdamse loge Concordia vincit animos. Op 19 mei 1787 wordt daar voorgesteld als nieuw lid: meester Jan Willem Kumpel (1757-1826), advocaat, sinds kort in Amsterdam. Hij wordt met overgrote meerderheid afgewezen. Daar was het een en ander aan voorafgegaan. Hij was eerst goedgekeurd, daarna weer afgewezen, enzovoorts. Dat ging voortdurend gepaard met forse ruzies. Tegenstanders van Kumpel hadden geroepen dat de voorstanders van zijn binnenhalen ‘geen [goede] vaderlanders’ waren. Ze sloegen op de tafels en maakten, zo zeggen de archieven, ‘zulk een Geweld en Getier, dat men wezentlijk zoude gezegd hebben in een Kroeg, maar niet in een honnet en vreedzaam Gezelschap te zyn.’

Een tijdje later. De voorstanders van Kumpel blijken zich te hebben afgescheiden. Zij hebben een eigen, aparte loge opgericht, Concordia Vera (Ware Eendracht). De leden van die nieuwe loge worden niet toegelaten in andere Amsterdamse loges wanneer zij daar op bezoek willen komen. De nieuwe loge sterft geleidelijk een zachte dood.

Da’s niet misselijk, in zo’n principieel vredelievend gezelschap: dergelijke ruzies, en zo’n kerkscheiding. U leest over dit soort problemen niets in de gewone maçonnieke geschiedoverzichten. Daarin wordt doorgaans, wel begrijpelijk, bij dergelijke moeilijkheden hoogstens even gesnotterd dat iemand onwel is geworden. Bij onze gewone historici vinden we ook niets want die bemoeien zich, wat deze periode betreft, nooit met het dan grootste genootschap van Nederland. Dat is namelijk een beetje griezelig onderwerp. Het is veel makkelijker voor de 362e keer iets te mompelen over francofone pruikendragers en buitenhuizen aan de Vecht. Een geheel uitgewoond en vals soort geschiedenis, verkondigd van Fruin tot en met Elzebetje E.

Wat is er eigenlijk echt gaande geweest, in die loge?

Eerst iets over die heer Kumpel die probeerde lid te worden. Deze Kumpel is zijn hele leven een lastpak, intrigant en oplichter geweest. In 1787 was ook nog es een broodschrijver, in dienst van de orangistische partij. De Amsterdamse gewone burger daarentegen, ook als hij vrijmetselaar was, was in dat jaar doorgaans het patriottisme toegedaan. Juist medio 1787 heerste in ons land de sfeer en soms de praktijk van een burgeroorlog. Leden van de loge La Bien-Aimée gingen daarom later, in 1795, de straat op om feest te vieren: de Oranje tirannen waren immers weg.

U begrijpt dat de orangistische schreeuwlelijk Kumpel raar bekeken zal zijn toen hij in 1787 de loge probeerde binnen te komen. U begrijpt nu ook, waarom geroepen werd dat de voorstanders van zijn opname ‘geen goede vaderlanders’ waren. Alles had een politieke achtergrond. Dat wordt nog duidelijker wanneer u merkt dat de namen van zijn voorstanders, en de namen van de leden van de loge die zich afscheidde, voor 99% Duitse, allochtone namen zijn.

Duitsers lagen heel slecht bij de patriotten. Ik heb het nu niet over westfalers, gastarbeiders, ‘moffen’ weet u wel, in Amsterdam al eeuwenlang bekend. Wel over de vele Duitsers die ons land binnengekomen waren in het kielzog van de hertog van Brunswijk, de voogd van onze stadhouder Willem V, en die allerlei politieke baantjes gekregen hadden. Er kwamen in die tijd ook massa’s Duitsers de grens over die in Amsterdam buitengewoon nuttig werk deden in bijvoorbeeld het uitgeverswezen en in de banksector, maar dat maakte niets uit. Duitsers, zo was de idee, waren allochtonen, onrepublikeinse anderlanders, die baantjes inpikten; en die – altijd een probleem met Duitsers –  erg trouw waren aan het gezag, dat wil in hun geval zeggen: hun broodheren, de Oranjes. Dus – laat ze opsodemieteren naar Moffrika (een term die in die tijd al bestond). Ze konden zeker niet in onze eigen Amsterdamse loges van echte vaderlanders blijven. Weg dus met Kumpel en zijn moffenvriendjes!

Dus richtten de arme Duitsers maar hun eigen loge op. Die het niet volhield. Tja. Laten we maar zeggen dat een heel gezelschap onwel geworden was.

Ik ben geneigd in het verlengde hiervan een verhaal te beginnen over de vaak nog half duitstalige conservatieve lutheranen in Amsterdam, die een paar jaar later met soortgelijke problemen te maken kregen. Die worden op illustraties soms ironisch afgebeeld als allochtone onverlichte kleine luiden die thuis altijd maar in hun koran – pardon: bijbel – zaten te lezen.

Maar dat is weer een ander verhaal. Ach, Amsterdam heeft zovéél leuke geschiedenis.

* De kwestie wordt uitgebreider behandeld bij: André Hanou, ‘Kumpels adem. Ontstaan en vergaan van Concordia Vera, 1787-1790’. In: idem, Onder de Acacia. Studies over de Nederlandse vrijmetselarij en vrijmetselaarsloges vóór 1830. Leiden 1997, p. 155-169.

Advertenties

Read Full Post »