Feeds:
Berichten
Reacties

Site Weyerman venieuwd

 

De site-Weyerman is vernieuwd of verkeert in staat van vernieuwing. Het is de moeite waard om eens een bezoekje te brengen aan

 

www.weyerman.nl

 

Afgezien van een opvallende rubriek met nieuws over allerlei rond de Verlichting verschijnende boeken (plus sympo’ exposities, en nog andersoortig nieuws) en een altijd boeiende reeks te bekijken blogs (rechterkolom) gemaakt door mensen met echte liefde voor het boekenvak;

 

vindt u, via de hoofdbalk natuurlijk, vele basisgegevens rond of over een van de belangrijkste, creatiefste en geruchtmakendste schrijvers van onze Verlichting: Jacob Campo Weyerman (1677-1747).

 

Daarbij zijn biografie; zijn autobiografie; en alles met betrekking tot de bibliografie van Weyerman. Onder ‘MedJCW’ het mede aan hem gewijde blad: inhoudsopgave van de laatste aflevering, en doorverwijzing naar wat van het blad reeds digitaal gepubliceerd is of zal worden.

 

Onder ‘Abdera’ kunt u vinden wat in die reeks aan Weyermanteksten in de Abdera-reeks gepubliceerd is.

 

Op andere plaatsen de tekstedities-Weyerman het algemeen,  nieuws van de Stichting-Weyerman; en nog veel meer.

 

Verplicht om hier af en toe te kijken, denkt Herkauwer.

Advertenties

Paape-dag

 

Vlaggetjesdag.

Vandaag promotie Levens en werken van Gerrit Paape (Nijmegen, Peter Altena).

Meer hoeft niet gezegd.

 

Joods Suriname 18e eeuw

Leuk artikeltje, door Marius Bremmer, over het joodse leven in Suriname in de achttiende eeuw, en de restauratie van een synagoge. Verschenen in het Reformatorisch dagblad. Enkele passsages:

 

‘De synagoge werd gebouwd in 1685, dat weten we zeker. Hij kreeg een Hollands model, opgetrokken uit rode Hollandse bakstenen. De indeling leek sterk op die van de Portugees-Israëlitische synagoge van Amsterdam, die maar tien jaar ouder is. De bouwmeester is daarom haast zeker een Nederlander geweest.

In het oerwoud steekt nog aardig wat rode baksteen boven het maaiveld uit: delen van muren, de vloeren, een bordestrap en zelfs een raamkozijn met klassieke roedenverdeling. Om het hele terrein was een hek geplaatst met aan vier zijden een poort, geflankeerd door stenen zuilen. Die staan er ook nog.

Ooit was dit een fraaie synagoge met een rechtszaal en een bibliotheek: een bouwwerk van 31 meter lang en 14 meter breed. Conform richtlijnen uit de Talmoed stond het gebouw op het hoogste punt van het dorp en stak het met twee verdiepingen van in totaal 11 meter hoogte royaal boven de overige panden uit.

„Er zijn wel wat historische prenten van de synagoge en er is een beschrijving uit 1791, maar er zijn helaas nooit bouwtekeningen gevonden […]. We weten er wel veel van. Er waren een mannenzaal en een vrouwengalerij, het was een rechthoekig gebouw met aan beide breedtezijden een puntige gevel en een steil zadeldak met pannen.”

De beschrijving uit 1791 is lyrisch en maakt melding van een prachtig gewelfd plafond, van een fraai bewerkte cederhouten hechal (heilige ark) voor de Thorarollen, van edelmetalen versieringen en van „groote kaarskroonen van geel koper met verscheidenen armen en kandelaars van veelerlei soorten die veel gelds hebben gekost aan de partikulieren die er de gevers van zijn.” […] In Jodensavanne bouwde men voor de ooit wel zeventig Joodse plantages een handelsnederzetting met centrale voorzieningen, zoals een marktplaats, een smederij, een school, een synagoge met rechtszaal en bibliotheek en twee begraafplaatsen. Hoewel we weinig weten uit de beginjaren van de nederzetting staat vast dat al deze functies aanwezig waren. […] Moet je nagaan, elke sabbat roeiden slaven, soms in de stromende regen, de fraai uitgedoste bewoners vanaf de plantages naar de synagoge.”

In de eerste helft van de 18e eeuw verhuisden veel Joden naar de hoofdstad Paramaribo. Ze bleven de synagoge in Jodensavanne op hoogtijdagen bezoeken. In 1785 vierden 1600 genodigden het eeuwfeest van het bedehuis.’

Olipodrigo 36

Hoepelrok. – ‘Met de tyden veranderen de gewoontens en zo ook de Modens, die niet altoos verslimmeren, maer dikwils tot merkelyk nut trekken, gelyk uit die der Hoepelrokken ten voordeelen van de Walvis-vangst blykt.’

De verzamelaers woensdag 10 okt. 1732.

*

Naam. – Moeten het altijd die geweldige, allerfraaiste, nooit gehoorde Surinaamse namen zijn (gisteren nog: ‘Scheurwater’) die u soms zo gelukkig maken? Niet altijd.

Maart 1773 stelde de Amsterdamse loge Concordia vincit een animos een ‘Servant’ (bediende) aan. Hij heette Hendrik Bringwat. Ongetwijfeld een naam in Hendriks familie ingeslopen wegens een lange traditie van…

Goed voor een economische column vol weëe historische sociale wijsheden, door La Etty.

Notulenboek CVA 1773.

*

Nog iets  moois uit Ter Balkt. De beginregels van het gedicht ‘Valse slotenmaker’, in diens bundel Hemellichten:

Zie de slotenmaker wandelen.

Moederkoren zijn zijn gedachten.

Lierderlijk, sluw gereedschap

Kleeft aan zijn hand.

Herkauwer krijgt uit de rest van de tekst de wellicht geheel onjuiste indruk, dat er best een echt beroep ‘valse sloten’-maker zou kunnen bestaan. Juist dan: ziet u deze specialist lopen met zijn ‘liederlijk, sluw gereedschap’? Mooi!

Olipodrigo 35

Ter Balkt. Geweldige dichter. Krijgt te weinig aandacht. Onbegrijpelijk mooi en origineel Nederlands. Beetje hermetisch element (Herkauwer zag in het voorbijgaan genoemd: Boehme, Blake, Trismegistus, Swedenborg), desondanks enorm eenvoudig.

Willekeurig twee citaten, niet representatief. Uit een van zijn eerste (?) bundels, Boerengedichten,  1969:

De klokken slaan bim.

Ik zak als ik klim.

De klokken slaan bam.

Ik ging toen ik kwam.*

En:

De winter de kromme knecht

Van oom Jan werkte hard, bakte

Sterren mensen en modder

Steenhard aan elkaar; een kar

Alleen bleef staan bovenop

De koek geglazuurd met kaf

* In zijn bundel Aardes deuren (1987) begint overigens een gedicht met de bij Herkauwer als een bom inslaande regels die met de als eerste geciteerde regels een soort mentale verwantschap lijken te hebben:

Mijn moeder was een toren,

Mijn vader was een put.

Daar heeft Herkauwer geen woorden voor.

Deken Daalberg 36

 

Weer even leentjebuur gespeeld bij Daalberg. Herkauwer zelf beetje vermoeid.

Die Olga zegt Herkauwer niets. Zal dus wel een renaissanciste zijn of zo, van een species dat zich bezig houdt met Heldinnenbrieven.

GRAFSCHRIFT

op Olga van ******

 

Ik speel lekker ‘Reigersbergen’.

Omgekeerd dan: ik verberg me.

Wat dat is? Nou, ’k wacht de man

die me (kist en al) ontvoeren kan.

Superville

 

Toch nog maar (opnieuw?) een paar regels over David Pierre Giotto Humbert de Superville (Den Haag 1770 – Leiden 1849). Aan hem zijn in het Nederlands taalgebied (te) weinig studies gewijd, hoewel in het Engels zeer aardige dingen te vinden zijn.

Een fantastische man. Dat niet alleen wegens zijn ontwerp van zijn kilometersgrote Bataafse leeuw, monument midden in de Noordzee, rond 1810? ter herinnering aan de dan al millennia verdwenen Bataafse Republiek. De precieze gegevens heeft Herkauwer hier misschien niet helemaal goed, maar dat maakt niet veel uit. Wie een paar van zijn schilderingen bekijkt, krijgt steeds weer een schok. Die komen uit een andere wereld. Haast letterlijk.

Zij maken soms deel uit van een compleet eigen mythologie. Herkauwer stuitte zojuist op een mapje oude aantekeningen, gebaseerd op manuscripten van De Superville zelf, in de Koninklijke Bibliotheek, waarin deze zijn wereldbeschouwelijke en esthetische gedachten bij van alles en nog wat optekende.

Bijvoorbeeld: over cyclopische of pelasgische constructies. Over Chateaubriand. Over Kant, de Nibelungen, Ossian, Dante. Over de verschillende soorten van het sublieme. Over de sfinx, medusahoofden

[onvermijdelijk nu een enkele passage die daarmee verband houdt op te tekenen:]

‘En deese onse Maan [is] een schilver, een  afgestoten brok van onze voorige werelt’. [ 7. Elke vaste ster is is een zon; die zon is een vuurklomp, ongeacht haar bestanddelen, waaronder graniet. Die bestanddelen werpt zo’n zon ‘by eigen omwentelingen, of schuddinge’ rondom weg, ‘een deeze worden dan de planeeten’. Zo wordt het zonnestelsel gevormd. ‘Eenmaal is dan ook onze aarde uit de Zon geworpen geworden, en welligt met schepzelen er op, of den Kiem van dien: van daar de oude overleevringen van “Kinderen Gods”, van “Kinderen der Zon”, by de Inca’s, en volken van America &c.’ ‘8. Onze Weereld, na Eeuwen, en Eeuwen, na Duizenden en duizenden jaren, mogelijk Eenzaam rondom de Zon haer loopbaan te hebben volbragt in dat getal van verdeelingen van tyd, volgens haare toenmalige afstand van den Zon; had geene Maan […] van daar myne gedachte van den naam van Proselenoi, of menschen zonder en voor de aan bestaande, aan de Arcadiers, en Niew Zelanders eigen; van daer naer myne, moogelyk gewaagde gedachte de Cyclopen, met Een Oog […].’

Nu, dit wordt allemaal nog gecompliceerder en fraaier, met epische strijd tussen de bewoners van de planeten onderling. Dit wordt te lang om weer te geven.

De Superville is, qua ‘formaat’ van gedachtengang, alleen vergelijkbaar met de inhoud van Kinkers Wereldstaat (ca 1810).